Diergeneeskundig Centrum Lunteren

 

Diergeneeskundige informatie

 

Enten/vaccineren
Entschema voor honden
Entschema voor katten
Parasieten
Luizen
Vlooien
Schimmelinfectie
Schurftbesmetting
Teken
Wormen

 

Parasieten

 

Uitwendige parasieten zijn kleine diertjes die op en in de huid leven en daaruit voedsel halen om zicht te vermeerderen. Inwendige parasieten bevinden zich in het maagdarmkanaal en doen daar hetzefde, eten en eieren produceren.

 

Luizen

 

Luizen komen minder vaak voor dan vlooien en zijn vaak te vinden bij jonge honden. Bij luizen maakt men onderscheid tussen twee soorten. Namelijk de luizen die leven van huidschilfers en luizen die bloed of weefselvloeistof zuigen. Deze laatste bevinden zich veelal achter de oren, op de buikhuid en op de liezen. U kunt deze dieren ontdekken met het blote oog als bleke, witte diertjes of u vindt hun witte eitjes aan de haren vastgeplakt waaruit zich na 5 tot 8 dagen een larve ontwikkelt, die na 3 tot 5 vervellingen een volwassen luis wordt. Luizen veroorzaken ernstige jeuk. 

 

Vlooien

 

Vlooien zijn er tegenwoordig het hele jaar door, maar vooral in de nazomer. Omdat er zoveel huisdieren zijn en de huizen ’s winters optimaal verwarmd worden, hebben vlooien weinig moeite om zich in leven te houden. We zien dan ook midden in de winter honden en katten met vlooien. Behandel daarom uw huisdier het hele jaar door tegen de vlooien. Dat geldt zeker voor dieren die overgevoelig zijn voor vlooien.

Er zijn verschillende soorten uitwendige parasieten: vlooien, luizen, teken, mijten en huidparasieten zoals schimmels. Vlooien zijn de meest voorkomende, uitwendige parasieten. Het zijn donkerbruine, vleugelloze insecten, die zich voeden door middel van bloedzuigen. Besmetting met vlooien is schadelijk omdat er een huidontsteking kan ontstaan als gevolg van het krabben en dit kan zelfs leiden tot een allergie en bloedverlies. Wij hebben effectieve en veilige middelen om parasieten te bestrijden.

 

Schimmelinfectie

 

De meeste huidschimmels zijn in staat meerdere diersoorten te infecteren. Ook mensen, vooral kinderen, zijn gevoelig voor schimmelinfecties van dieren.

Schimmelinfecties komen bij honden relatief weinig voor. Katten, vooral langharige rassen, zijn veel vaker besmet. Bij de kat worden schimmelinfecties vooral gezien bij jonge dieren en bij katten in kolonies. Naast plaatselijke aantasting, vooral kop en poten, zien we ook wel eens een totale infectie. Nadat de aantastingen verdwenen zijn kunnen dieren symptoomloze dragers zijn gedurende een periode van enkele weken tot langer dan een jaar. De aantastingen kunnen verschillend van vorm zijn. Bij sommige schimmels duidelijke ronde plekken, bij andere kaalheid rond ogen en oorranden. Er bestaat ook een vorm waarbij kaalheid en zwelling optreedt. Schilfering langs oorranden en oorbasis kunnen de eerste kenmerken van een schimmelinfectie zijn. Bij de mens is er vaak heftige jeuk, de aangetaste plekken zijn rond, de huid is ter plaatse gezwollen en rood. Met behulp van de zg. "Woodse lamp" kan soms de diagnose gesteld worden, microscopisch onderzoek en kweken van schimmels zijn goede methodes om de diagnose te stellen.

Preventie: insleep van schimmels voorkomen, besmette materialen zoals dekens etc. grondig reinigen en ontsmetten. Behandeling: er zijn tegenwoordig goede middelen om schimmels te bestrijden het kan echter lang duren voordat herstel optreedt.

 

Schurftbesmetting

 

De veroorzakers van schurft zijn mijten. Er bestaat huidschurft, oorschurft en jeugdschurft. Huidschurft komt voor bij hond, kat, cavia en konijn. Het kan ook de mens besmetten. Verschijnselen zijn heftige jeuk, haaruitval en korstvorming, door krabben zien we soms huidbeschadiging

Oorschurft, ook oormijt genoemd, kan op elke leeftijd bij hond, kat en konijn voorkomen. Verschijnselen zijn krabben en kopschudden, hangende oren en soms bloeduitstortingen in de oorschelp. Ooronsteking zonder oormijt kan ook deze verschijnselen geven.

De veroorzaker is dmv microscopisch onderzoek goed op te sporen. Jeugdschurft (jonge honden schurft) komt meestal bij jonge dieren voor. Het is een hardnekkige infectie met weinig of geen jeuk, meestal aan voorzijde van kop, hals en poten. Besmetting vindt meestal in het nest plaats. Ook deze infectie is mbv microscopisch onderzoek goed vast te stellen. Er zijn tegenwoordig goede middelen om deze ziekte te bestrijden.

 

Teken

 

Teken zijn vaak te vinden in bomen en struiken, ze laten zich op het dier vallen en zuigen zich vast. U ziet dan de bekende blauw/grijze balletjes. U kunt ze verwijderen door de teken met een naar draaiende beweging tegen de klok in los te trekken. Gebruik hierbij geen alcohol, hierdoor kan de teek als reactie alsnog besmet speeksel afscheiden. Wij hebben veilige en effectieve middelen tegen teken.

Teken zijn overbrengers van zeer besmettelijke ziekten, vooral in het zuiden van Europa is dit het geval, ook in Nederland komt dit nu voor. (zie ook pagina actueel)

 

Wormen

 

Wormen worden ingedeeld in rondwormen (spoelwormen en haakwormen) en lintwormen.

Spoelwormen leven in de darm van uw huisdier, ze zijn 5 tot
10 cm lang en geelwit van kleur. Al via de moedermelk vindt besmetting van de jonge dieren plaats, na drie weken zijn ze volwassen en leggen dan enorme hoeveelheden eieren waardoor de omgeving besmet raakt en herbesmetting kan plaatsvinden. Ook via prooien ( o.a. vogels,muizen) en schoeisel kan besmetting optreden.

De cyclus van de spoelworm is als volgt:

Uit de eieren ontwikkelen zich larven. Deze wormlarven doorboren de darmwand en maken een ingewikkelde tocht door het lichaam, sommigen keren terug naar de darm om daar weer eieren te gaan produceren die met de ontlasting worden uitgescheiden, een deel van de larven blijft in rustfase achter in de spieren en het vetweefsel. Als het dier drachtig wordt ontwaken deze larven en trekken naar het melkklierweefsel om de pups/kittens te besmetten via de moedermelk. Jonge dieren zijn daardoor bijna altijd besmet met spoelwormen, het is erg belangrijk jonge dieren tijdig (al na twee weken) en vaak te ontwormen, volwassen dieren drie tot vier keer per jaar.

Spoelwormen kunnen ook de mens besmetten. De larven uit de eieren verspreiden zich bij de mens via de bloedbaan en veroorzaken in het lichaam kleine ontstekingen.  Lever en longen zijn vookeurplaatsen. Omdat dieren vaak hun ontlasting in zandbakken deponeren, moeten deze afgedekt worden. Kattenbakken altijd grondig reinigen.

Haakwormen dringen via de huid naar binnen en gaan dan via de bloedbaan naar de darm waar ze volwassen worden, ze voeden zich met darmcellen. Ze veroorzaken meer last dan spoelwormen die zich tevreden stellen met het voedsel dat zich in de darm bevindt.

Lintwormen leven eveneens in de darm van onze huisdieren, ze kunnen wel enkele meters lang worden, de geledingen bevatten veel eitjes. Besmetting vindt plaats via een tussengastheer (vlo,muis), de larve komt hieruit vrij en ontwikkelt zich tot volwassen lintworm. Voor het behandelen tegen lintwormen moet eerst een vlooienbehandeling worden toegepast, anders kan een vlo alsnog opnieuw lintwormbesmetting veroorzaken.

De in Nederland voorkomende lintworm van onze huisdieren is voor de mens niet gevaarlijk, in enkele andere landen is dat wel het geval. Door vossen wordt een besmettelijke lintworm overgebracht, ook in Nederland is dat mogelijk. Eet daarom geen bosvruchten van kort bij de grond.

Ontwormingsadvies:

Honden: Op 2, 4 en 6 weken en op 2,4 en 6

. Daarna 3 tot 4 keer per jaar.

Katten: Op 4 en 6 weken en op 2, 4 en 6 maanden. Daarna 3 tot 4 keer per jaar.


Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat maandelijks ontwormen nodig is om mens en dier tegen deze wormingecties te beschermen !

 

 

 

Wij verzenden geen entingsoproep meer,

kijk in uw inentingsboekje om te zien wanneer

uw dier weer een enting moet hebben.

Heeft u vragen hierover bel ons dan op het telefonisch 

spreekuur van 8.30 - 9.30

 

Tijdens de inenting doen we ook een uitgebreid

gezondheidsonderzoek

 

 

 

Enten/vaccineren

 

Enten is beter dan genezen. Honden en katten zijn zeer gewaardeerde huisgenoten evenals veel andere diersoorten. Aan voeding en verzorging wordt veel tijd en aandacht besteed. Ook de fabrikanten van diergeneesmiddelen besteden veel tijd en energie aan de ontwikkeling van steeds betere geneesmiddelen voor onze huisdieren.

Er zijn echter nog steeds ziekten waartegen geen goede medicijnen bestaan en die dus niet of niet goed behandeld kunnen worden. Gelukkig is het mogelijk deze ziekten (meestal betreft het virussen) preventief te behandelen met steeds betere entstoffen.

Wat er na een inenting gebeurt, vertoont overeenkomsten met wat er na het doormaken van een ziekte gebeurt. Als een dier een bepaalde infectieziekte krijgt en daarvan herstelt, zal het dier gedurende een bepaalde periode beschermd zijn tegen deze infectieziekte.

Doordat het dier afweerstoffen heeft opgebouwd tegen de ziekte zal een volgende besmetting door deze afweerstoffen worden afgeweerd (de afweerstoffen vangen de smetstofdeeltjes weg). Het doormaken van een natuurlijke besmetting gaat meestal gepaard met ziekteverschijnselen. Een entstof is zodanig gemaakt dat het wel het lichaam prikkelt tot het maken van afweerstoffen maar het dier niet ziek maakt.

Ter bescherming van onze huisdieren is er op grond van onderzoek een passend entschema ontwikkeld.

 

 

 

Entschema voor honden

 

Pups moeten vanaf de leeftijd van 6 weken ingeënt worden tegen hondenziekte en parvo (eerste, voorlopige enting), ze moeten dan ook voorzien worden van een identieficatiechip.

Tijdens dit consult wordt de pup door de dierenarts uitgebreid onderzocht.

 

Omdat het afweersysteem nog niet volledig ontwikkeld is , biedt deze pupenting slechts een voorlopige bescherming tegen deze ziekten.

 

Op de leeftijd van 9 weken volgt daarom een tweede enting (leptospirose L4, Parvo en besmettelijke honden hoest).

Als het hondje 12 weken is, krijgt het de cocktailinenting tegen hondenziekte DHP en L4.

Na deze vaccinaties is het dier voor een heel jaar beschermd.


Als het dier 1 jaar is nog een keer DHP , L4 en besmettelijke hondenhoest.

Vervolgens gedurende twee jaar jaarlijks herenting tegen leptospirose L4 en besmettelijke hondenhoest,

het derde jaar  DHP, L4 en besmettelijke hondenhoest en zo voort.

 

 

 

 

 

Entschema voor katten

 

Kittens kunnen op de leeftijd van 9 weken worden ingeënt tegen katten- en niesziekte. Omdat het afweersysteem nog niet volledig is ontwikkeld, biedt de kittenenting slechts een voorlopige bescherming tegen de ziekte. Daarom moet het dier na 3 - 4 weken nogmaals worden ingeënt met de cocktailenting tegen kattenziekte en niesziekte. Daarna is het dier voor een heel jaar beschermd.

Een jaarlijkse herhalingsenting is daarna voldoende. Katten die op latere leeftijd voor het eerst worden ingeënt, krijgen na een maand een herhalingsenting en vervolgens een cocktailenting per jaar. Hetzelfde geldt voor dieren die jarenlang niet meer ingeënt zijn.